Homeopathie

Introductie
Er zijn inmiddels diverse Nederlandstalige boeken over homeopathie en huisdieren geschreven. Er bestaat een vakvereniging voor homeopathisch werkende dierenartsen. Daarnaast zijn er ook dierenartsen die, al dan niet met voldoende kennis naast de reguliere soms ook homeopathische middelen gebruiken.
De filosofie van homeopathie is, net als bij alle andere holistische therapieën gebaseerd op de gedachte dat lichaam, geest en emoties samen een geheel vormen. Bij het zoeken naar een homeopathisch middel zal de homeopaat dan ook middelen zoeken die passen bij zowel de lichamelijke als de emotionele aspecten van het dier.

 

Geschiedenis
Samuel Hahnemann (1755-1843) wordt gezien als de grondlegger van de homeopathie.
Tijdens één van de toespraken van Hahnemann rond 1812 heeft hij gewezen op de grote overeenkomsten tussen de methodes toegepast bij mensen en die toegepast bij dieren. In 1785 behandelde Baron von Boenninghausen diverse diersoorten met homeopathie.

 

homeopatie01

 

 

 

Filosofie
Similia similibus curentur oftewel: het gelijksoortige wordt door het gelijksoortige opgeheven. Dit principe is fundamenteel voor de homeopathie.
Om een voorbeeld te geven: Arsenicum album geeft bij een gezond mens of dier braken en diarree, snelle vermagering en uitputting. Volgens het principe Similia similibus curentur geeft Arsenicum album in een verdunning D6 verbetering bij een hond met “buikgriep”. Met andere woorden: wat het bij een gezonde hond aan ziekte geeft, kan het bij een ziek dier als verdunning juist genezend werken.

 

Verdunningen
Een belangrijk fundament van de homeopathie is dan ook het geneesmiddelenonderzoek. Hierbij neemt een gezond proefpersoon een zuivere stof tot zich en beschrijft nauwkeurig wat er dagelijks gebeurt. Dit onderzoek wordt nog steeds gedaan, waardoor de lijst met bekende werkingen en stoffen groeit. Hiernaast spelen ook andere (praktijk)ervaringen een rol. Het gebruik van sterke verdunningen speelt ook een belangrijke rol in de homeopathie. De dosis of prikkel bij homeopathisch gebruik van het middel is te klein om de in evenwicht zijnde processen in het gezonde lichaam uit balans te brengen.
Dezelfde prikkel werkt wel in op processen in het organisme die instabiel zijn. Een andere verklaring voor het werkingsmechanisme van de verdunningen is dat door het steeds schudden een deel van de energie van de pure stof overgaat in het oplosmiddel, hoe sterker verdund hoe sterker ook geschud. Deze middelen resoneren met het zieke lichaam en bewerkstelligen zo een positieve genezingstendens. Sommige stoffen zijn ook giftig indien zij onverdund gegeven worden.

 

homeopatie02

 

 

Constitutietype
Bepaalde dieren, herkenbaar aan hun totaal van psychische en lichamelijke aangeboren of verworven eigenschappen, hebben affiniteit met een bepaald homeopathisch middel. De Aurum metallicum hond is volbloedig, krachtig en zwaar gebouwd. Het is een levendig, en enthousiast dier, dominant, zelfverzekerd en kan ruziezoekend zijn.
Onder de Golden Retrievers komt regelmatig het Ignatia-type voor. Ze is meestal een teef, vriendelijk, niet uitbundig en ogenschijnlijk rustig, wat verlegen en introvert.

 

homeopatie03

 

Diagnostiek
In de diagnostiek staat de individuele diagnose voorop. Dus mank rechtsvoor na inspanning is niet voldoende. Deze ziekte diagnose wordt nauwkeuriger in beeld gebracht ( wanneer kreupel, wat verergert de kreupelheid, etc) en vervolgens wordt navraag gedaan naar andere specifieke klachten. Een homeopaat ziet de ziektesymptomen als een uiting van imbalans van het lichaam. Uiteindelijk wordt het geheel aan informatie over het karakter van uw dier, de omgeving van uw dier en de fysieke klacht(en) gecombineerd tot een homeopathische (type)diagnose passend bij het type hond en zijn klachten. Hoe specifieker de symptomen des te nauwkeuriger kan een homeopathisch medicijn gevonden worden.

 

homeopatie04

 

Ignatia
Dus om terug te komen op onze Ignatia-type hond. Bij dit type hond kunnen specifieke huidklachten voorkomen. Dit type hond verwerkt haar spanning stilletjes en gaat daarbij haar poten en vacht likken en bijten. De homeopathische diagnose en behandeling van deze psychische bijt/likdrang zou in dit geval Ignatia zijn. De uiteindelijke diagnose is dus een geneesmiddel passend bij het geheel aan lichamelijke en emotionele symptomen. Ignatia is overigens ook een bekend middel tegen heimwee.
Ignatia wordt gewonnen uit de Ignatiaboon die onder andere op de Filipijnen voorkomt.

 

Therapie
De therapie bestaat uit het geven van homeopathische medicijnen. Vaak wordt tijdens het geven van het homeopathisch middel gekeken of er een “omslagpunt” bereikt wordt. Hierbij komen de klachten opeens weer terug. Dit is het punt waarop het middel averechts begint te werken en moet er gestopt worden. Hahnemann hield zich streng aan één medicijn, maar er zijn ook homeopaten die complex middelen voorschrijven.
In de complexmiddelen zitten meerdere homeopathische middelen. De dosering of wel de potentie, de frequentie en de duur van geven, heeft niet met het gewicht van het dier te maken, maar met de dynamiek van de individuele ziekte zelf.

 

Nosoden
Een andere (preventieve) toepassing van homeopathie is de nosodentherapie. Hierbij wordt homeopathisch bereide verdunning van het ziektemateriaal toegediend aan het dier. Het lijkt dus een beetje op het vaccineren, maar met dit verschil dat bij een vaccinatie de ziekteverwekker in de stof (verzwakt) aanwezig is en bij de nosode alleen de energie/trilling van de ziekteverwekker. Voor meer informatie over therapieën die gebruikmaken van homeopathische principes klik hier.

 

homeopatie05

 

Bijwerkingen-Schadelijke effecten
Bij het kiezen van een onjuist middel zal het dierlijk lichaam niet of nauwelijks reageren. Het grootste gevaar is een verkeerde diagnose of bij voorbaat uitsluiten van reguliere methodes.
Door het gebruik van reguliere en of alternatieve medicijnen bestaat wel het gevaar dat het ziektebeeld gecamoufleerd wordt. Hierdoor wordt het voor een homeopaat moeilijker om een diagnose te stellen, omdat de ziekte zich niet meer met alle gebruikelijke symptomen laat zien.
Het blijft natuurlijk belangrijk dat de juiste medische diagnose is gesteld en dat de hond of kat niet een behandeling krijgt waarbij reguliere diergeneeskunde bij voorbaat wordt uitgesloten! Daarnaast is het wel degelijk mogelijk dat het systeem van het dier wordt uitgeput bij te lang gebruik van een verkeerd homeopathisch middel (mondelinge mededeling Atjo Westerhuis, o.a. auteur Hond en Homeopathie). In de homeopathie is het niet ongebruikelijk om te doseren tot een bepaald omslagpunt. Na dit punt kan een dier wel degelijk de ziektesymptomen van het gegeven middel gaan vertonen, zeker in het geval van hoge potenties is voorzichtigheid geboden!

 

Onderzoek
Ook naar de werking van homeopathie zijn diverse wetenschappelijke onderzoeken gedaan. Voor meer informatie over het wetenschappelijk onderzoek dat is gedaan naar de homeopathie klik dan hier.

 

Wanneer homeopathie?
Er zijn grofweg drie niveaus waarop homeopathie kan worden toegepast. Het eerst niveau is homeopathie als eerste hulp middel voor huis tuin en keuken kwaaltjes zoals kleine wondjes, lichte huidirritaties, voorhuidontsteking bij de reu of een ontstoken anaalklier, etcetera. Een ander niveau is bij (tijdelijke) acute klachten die waarschijnlijk vanzelf op den duur ook overgaan. Hierbij dient de homeopathie als ondersteuning van het genezingsproces. Bijvoorbeeld Calendula of Arnica na een flinke valpartij. Een ander veel “breder” niveau is de behandeling op constitutioneel niveau. Hierbij wordt het dier in zijn geheel behandeld met alle symptomen die het dier heeft uit het verleden en het heden. Dit niveau wordt met name gebruikt bij chronische hardnekkige klachten en geeft de meeste kans op een diepgaande genezing. In gevallen waarin de degeneratie (verval) van de cellen of het weefsel te ver is voortgeschreden, kan van een homeopathische behandeling geen heil worden verwacht. Ook hier geldt weer dat eigenlijk bijna alles behandeld wordt. Een aantal klachten zijn van een dermate aard dat het verstandig is om tijdens de behandeling goed overleg te hebben met uw dierenarts (bijvoorbeeld bij epilepsie).

 

Hoe gaat het dan met uw dier?
Omdat het voor de therapeut slechts indirect mogelijk is om zich in de subjectieve belevingswereld van uw dier te verplaatsen, zal een groot deel van het onderzoek via u gaan. Een aantal homeopaten stuurt van tevoren al een vragenlijst op die u moet invullen.
Afhankelijk van de klacht en de ingevulde antwoorden zal de homeopaat u nog meer vragen stellen. Als alle informatie over het dier zijn fysieke, mentale en emotionele symptomen zijn verzameld, kan de homeopaat een bijpassend middel zoeken. Hierbij wordt niet gestreefd, zoals in de reguliere diergeneeskunde om de klacht(en) te bestrijden, maar om het dier zelf te stimuleren iets aan deze klacht(en) te gaan doen.
Dieren reageren over het algemeen sneller op homeopathische medicijnen dan mensen. Dit is natuurlijk afhankelijk van de aard en de duur van de klacht. Er zal gezocht moeten worden naar een juist middel of een combinatie hiervan, waarop het zelf genezend vermogen van uw dier wordt gestimuleerd. Na afloop krijgt u medicijnen mee. Dit kan met name bij katten een probleem worden. Deze dieren zijn soms net “iets” te eigenzinnig om de druppels of pillen in te nemen. Probeer het dan te verstoppen in iets lekkers (slagroom, stukje vis, stukje vlees, mayonaise, etc.). Voor een konijn zou bijvoorbeeld een stukje brood of stroop op het pootje smeren kunnen werken. Probeer anders een tablet, granule of waterige oplossing van het middel mee te krijgen.

 

homeopatie06

 

 

Enkele voorbeelden van op homeopathie gelijkende methodes:
• Spageriek
Voor het eerst beschreven in het oude Egypte. Paracelsus (1493-1541) wordt meestal gezien als grondlegger. Qua bereiding en achtergrondgedachte staat de spageriek tussen de homeopathie en de kruidengeneeskunde in.
• Homeosiniatrie
De therapie bestaat uit het injecteren van bepaalde homeopathische middelen op bepaalde acupunctuurpunten.
• Isopathie
Variant van de nosodentherapie. De ziekte wordt met zijn eigen ziekteproducten (zweet, etter, speeksel, oorsmeer, etc.) behandeld.
• Organotherapie
Orgaangerichte therapie met homeopathische verdunningen van gezonde organen.
• Lithotherapie
Homeopathisch bereid en verdunde mineralen en ertsen
terug naar Nosoden

 

Onderzoek:
Binnen de homeopathie wordt steeds meer aandacht gegeven aan kritische zelfevaluatie, methodisch werken en reproduceerbare verslaglegging. Er is inmiddels veel fundamenteel onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van homeopathische potenties en de effectiviteit van de homeopathische behandeling.
• Gay en Boiron hebben hoge verdunningen onderzocht op hun diëlectrische constante. Ze werkten met verdunningen van NaCl in water. Het gemeten verschil was dermate duidelijk dat ze feilloos uit een aantal monsters de NaCl C27 en de blanco´s konden aanwijzen.
• Netien (1965) Erwten werden na het kiemen regelmatig begoten met een kopersulfaat oplossing, bevattende 20 mg per liter. Deze dosis bleek de plant in zijn ontwikkeling te remmen, maar er werden nog wel zaden gevormd. Met de aldus verkregen zaden, die dus waren geproduceerd door een vergiftigde moederplant, werden nu groeiproeven gedaan. De ene helft werd gekweekt op aqua bidest, de andere helft op kopersulfaat D30. Het bleek nu, dat met kopersulfaat D30 de groei duidelijk beter was dan met aqua bidest en gelijk aan de groei van normale zaden op aqua bidest. Dus het kopersulfaat D30 bleek in staat de kopervergiftiging op te heffen. Ook werd de afgifte van koper aan het kweekwater gemeten. Deze bleek onder invloed van de D30 versneld te zijn.
• Datta S, Mallick P, Bukhsh AR (1999) vergeleken de werkzaamheid van Arsenicum Album C30 en C200 en drie manieren van toedienen in bescherming tegen het genotoxische effect van Arsenicum trioxide bij muizen. Gezonde muizen werden met Arsenicum trioxide ingespoten en via onderzoek van de chromosomen, erytrocyten en sperma werd de genotoxiteit bekeken. Tegelijkertijd werden 2 controlegroepen gehouden, waarvan 1 alleen maar alcohol door het voedsel kreeg en de andere groep alcohol met Arsenicum. De dieren die met Arsenicum trioxide waren behandeld werden vervolgens in 3 groepen verdeeld groep1 kreeg voor, groep2 na en groep3 voor en na de injectie met Ars. Trioxide de homeopathische verdunning van Arsenicum toegediend. Conclusie: Arsenicum Album C30 en C200 verminderde de genotoxiteit van Arsenicum trioxide. C200 beter dan C30 met name als deze zowel voor als na de injectie werd gegeven.
• Hill en Doyon (1990) doen verslag van een literatuuronderzoek waarbij de effectiviteit van homeopathie werd vergeleken met een placebobehandeling of geen behandeling. Ze bestudeerden 40 publicaties. De conclusie is dat de resultaten onvoldoende bewijsmateriaal opleveren om de homeopathiebehandeling als effectief te beschouwen.
• Kleynen e.a. (1991) publiceerden in de British medical journal een literatuuronderzoek naar de effectiviteit van homeopathie bij allerlei aandoeningen. Er blijken 107 klinische effectstudies (controlled trials) te bestaan waarbij de resultaten van de homeopathie worden vergeleken met een placebo- of een andere behandeling. Bijna 80% van deze onderzoeken laten positieve resultaten zien ongeacht de gekozen vorm van homeopathie. De kwaliteit van de studies is in het algemeen laag, niettemin zijn er 23 studies van redelijke tot zeer goede kwaliteit. In deze groep van beter uitgevoerde studies komt homeopathie 15 keer als gunstig te voorschijn.
• Day (1986) deed in een kennel onderzoek naar de preventieve werking van nosodentherapie tegen tracheobronchitis (kennelhoest). Het personeel van de kennel maakte notitie van alle symptomen, zelfs onbeduidende zoals: een plas slijm in de kooi, lichte ooginfectie en een voorbijgaande milde hoest. Het feit dat deze symptomen gedurende de hele periode van het onderzoek niet zijn verdwenen suggereert dat de kennelhoest nooit echt is verdwenen.